Operatie (chirurgie)
Hoewel in eerste instantie meer patiënten in aanmerking komen voor een operatie, ondergaat uiteindelijk minder dan eenderde van alle patiënten met alvleesklierkanker een in opzet curatieve behandeling.
Als de chirurg tijdens de operatie tot de conclusie komt dat de ingreep toch niet mogelijk is, krijgt iemand een palliatieve behandeling.
Bij een Whipple-operatie verwijdert de chirurg:
Hoewel in eerste instantie meer patiënten in aanmerking komen voor een operatie, ondergaat uiteindelijk minder dan eenderde van alle patiënten met alvleesklierkanker een in opzet curatieve behandeling.
Als de chirurg tijdens de operatie tot de conclusie komt dat de ingreep toch niet mogelijk is, krijgt iemand een palliatieve behandeling.
Bij patiënten met geelzucht kan de specialist besluiten om voor de operatie eerst de geelzucht te verhelpen door het plaatsen van een stent.
Een in opzet curatieve operatie vindt meestal plaats bij mensen die een pancreaskopcarcinoom, een periampullaire tumor of een tumor in de papil van Vater hebben. Deze ingreep wordt ook wel een Whipple-operatie genoemd. Uw behandelend arts zal u adviseren om een dergelijke operatie te laten verrichten in een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in alvleesklieroperaties.
Bij een Whipple-operatie verwijdert de chirurg:het deel van de alvleesklier waarin de tumor zit
een groot deel van de grote galbuisTegenwoordig kan de maag bij de Whipple-operatie meestal worden gespaard. De maagsluitspier wordt dan op de dunne darm aangesloten.
Het voordeel van de maagsparende operatie is dat de voedselvertering na de operatie beter is en de patiënt minder last heeft van diarree.
Na de operatie leegt de maag soms enige tijd minder goed (vertraagde maaglediging), waardoor het eten moeizamer gaat en er misselijkheid kan optreden.
Soms wordt ook een gedeelte van de maag verwijderd. De alvleesklier, de galwegen en eventueel het resterende deel van de maag worden vervolgens verbonden met de dunne darm.Een nadeel van deze operatie is dat de sluitspier op de overgang van de maag naar de dunne darm (maagportier of pylorus) weg is. Daardoor passeert het voedsel de maag en darmen sneller dan normaal, waardoor het voedsel niet volledig wordt verteerd en niet goed wordt opgenomen in de darm (dumping syndroom). Dit kan klachten geven na de maaltijd, zoals misselijkheid, buikpijn, braken, diarree of sterk transpireren.
De chirurg verwijdert bij beide ingrepen tevens de lymfeklieren rondom de alvleesklier. Behalve de tumor wordt dus ook schijnbaar gezond weefsel daaromheen weggenomen. Dit gebeurt omdat tijdens de operatie niet te zien is of het weefsel net buiten het tumorgebied vrij is van kankercellen.
Bij dergelijke zeer uitgebreide operaties laat de chirurg in de buikholte een of meer slangetjes (drains) achter. Deze drains voeren overtollig vocht af dat door de operatie tijdelijk ontstaat. Hoelang de drains nodig zijn, verschilt van persoon tot persoon.
Na de operatie krijgt u mogelijk tijdelijk sondevoeding. Dit is vloeibare voeding die via een slangetje (sonde) in de maag of in de darmen komt.
Na de operatie kan opname op de Intensive Care nodig zijn. Zodra uw conditie stabiel is, gaat u naar een gewone verpleegafdeling.
Vanwege onder meer de uitgebreidheid van de operatie, kunnen er complicaties optreden. Uw arts zal dit vóór de operatie uitgebreid met u bespreken.
Na de operatie kan het zijn dat de vertering van voedsel minder goed verloopt doordat de enzymen die de alvleesklier maakt niet meer voldoende worden aangemaakt. Dit kan na de operatie (tijdelijk) klachten geven als een opgeblazen gevoel en misselijkheid. Uw arts zal dan deze enzymen in de vorm van medicijnen voorschrijven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten